ECLI:NL:RBMNE:2024:1536

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
UTR 23/118
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep huurder tegen WOZ-waarde vanwege ontbreken procesbelang

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van een huurder tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een hoekwoning uit 1967. De heffingsambtenaar van de gemeente had de waarde van de woning vastgesteld op €372.000 per 1 januari 2021 en het bezwaar van de huurder ongegrond verklaard.

Tijdens de zitting op 8 maart 2024, waarbij ook een taxateur aanwezig was, werd vastgesteld dat de huurder geen procesbelang heeft. Dit volgt uit het recente arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024, waarin is bepaald dat een beroep tegen een WOZ-beschikking niet ontvankelijk is als degene die het beroep instelt geen financieel belang heeft bij de uitkomst.

De huurder is geen eigenaar maar huurder van de woning, en de WOZ-waarde vormt geen heffingsmaatstaf voor belastingen aan hem. Er is geen sprake van sociale huur en er is geen onderbouwd financieel nadeel of voordeel bij wijziging van de WOZ-waarde. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, wordt de zaak niet inhoudelijk beoordeeld en krijgt de huurder geen griffierecht of proceskosten vergoed.

Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/118

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Bakker)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente]

(gemachtigden: B.A. Schras en G. Willigenburg).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 november 2022.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] in [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 372.000,- (de beschikking).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de woning gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 maart 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de heffingsambtenaar, bijgestaan door [taxateur] (taxateur).
Feiten
De woning is een in 1967 gebouwde hoekwoning. Eiser is huurder van de woning.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beantwoordt in deze uitspraak de vraag of eiser als huurder van de woning procesbelang heeft bij dit beroep.
8. Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen procesbelang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht. Uit het recente arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:238) volgt dat dit ook geldt bij procedures waarbij iemand beroep instelt tegen een aan hem gerichte WOZ-beschikking.
9. In dit geval oordeelt de rechtbank dat eiser geen procesbelang heeft. Eiser is de huurder van de woning waar de WOZ-beschikking op ziet, zodat de WOZ-waarde niet de heffingsmaatstaf vormt voor aan eiser op te leggen belastingen. Op de zitting is vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat er geen sprake is van sociale huur (“niet-geliberaliseerde woonruimte”). Verder is niet gebleken dat eiser als huurder van de woning op een andere manier een direct financieel gevolg ondervindt bij een wijziging van de vastgestelde WOZ-waarde. Namens eiser zijn op de zitting slechts algemene voorbeelden genoemd van situaties waarin van een dergelijk gevolg sprake zou kunnen zijn, maar daarbij is erkend dat daarmee niet is gezegd dat die situaties zich in het geval van eiser voordoen. Het had op de weg van eiser gelegen om te onderbouwen dat daarvan in zijn geval sprake zou zijn.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.L. Kosterman-Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
15 maart 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.