Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
17 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
29 november 2004 beëindigd omdat eiser minder dan 25% arbeidsongeschikt is. De toenmalige advocaat van eiser heeft niet binnen de bezwaartermijn bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. Daarmee staat dit besluit, en daarmee ook de beëindiging van de WAZ-uitkering per 29 november 2004, in beginsel in rechte vast.
Beslissing
Overwegingen
20 december 2022 heeft de medewerker bezwaar in een e-mailbericht aan de gemachtigde van eiser meegedeeld dat er geen verzekeringsarts bij de hoorzitting aanwezig zal zijn wegens deze reden. De gemachtigde is gevraagd om te laten weten of er in dat geval behoefte is om een hoorzitting te plannen. Daar heeft de medewerker bezwaar geen reactie op ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat de medewerker bezwaar daarom heeft mogen aannemen dat er geen prijs meer werd gesteld op het plannen van een hoorzitting.
29 september 2004, waarbij WAZ-uitkering van eiser is beëindigd. De rechtbank merkt de aanvraag van eiser van 27 december 2021 daarom aan als een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb. Artikel 4:6, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager is gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
2 oktober 2023 heeft eiser ter onderbouwing van dit standpunt medische informatie ingebracht. In deze medische informatie staat vermeld: “Bij een hernieuwde MRI wordt onverminderd een cysteuze afwijking gezien, die retrospectief in 2008 ook al aanwezig lijkt te zijn. Vermoedelijk is dit een congenitale variant.”