Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Samen Veilig Midden-Nederland,
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- mevrouw [A] , namens de Raad;
Rechtbank Midden-Nederland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 15 februari 2024 om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een jaar. De kinderrechter stelde de zitting uit naar 8 maart 2024 vanwege ziekte van de zittingsvertegenwoordiger van de Raad. De ouders voerden geen verweer tegen het verzoek, maar gaven aan geen gezinsopname te willen en eerst ambulante hulp te prefereren.
De kinderen wonen samen met hun halfzus bij de ouders. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door langdurige spanningen, escalaties en huiselijk geweld in het gezin. Daarnaast zijn er zorgen over de hygiëne, het alcoholgebruik van de vader, en het verontrustende gedrag en de ontwikkelingsachterstand van de kinderen. De ouders zijn deels bereid maar onvoldoende in staat om de bedreigingen weg te nemen en hulpverlening te accepteren.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 lid 1 BW Pro zijn vervuld. De situatie is hardnekkig en langdurig, waardoor een ondertoezichtstelling voor een jaar passend is. De kinderrechter benadrukt dat de beslissing alleen ziet op ondertoezichtstelling en niet op gezinsopname. De gecertificeerde instelling zal binnen de kaders van deze maatregel passende hulpverlening bepalen.
De beschikking is mondeling gegeven op 8 maart 2024 en schriftelijk op 15 maart 2024 vastgesteld. De ondertoezichtstelling geldt van 8 maart 2024 tot 8 maart 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de twee minderjarige kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar.