Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.BESLISSING
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
-één of meerdere dolken en/of zwaarden, te weten 9, met een SS- en/of hakenkruis inscriptie en/of (voorzien van) de tekst/woorden: "Meine Ehre heisst Treue", waarin een uitlating was vervat, die, naar hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden, voor een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of hun godsdienst, beledigend was en/of aanzet tot haat tegen en/of discriminatie van (Joodse) mensen en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Joden, ter openbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft gehad;
( art 137e lid 1 ahf/sub 2 alinea Wetboek van Strafrecht, art 137e lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )