Partijen zijn in 1998 in Marokko getrouwd en in 2022 gescheiden. De rechtbank behandelt het geschil over de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk, waarbij partijen het oneens zijn over de omvang en verdeling van de gemeenschap van goederen.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de laatste gezamenlijke gewone verblijfplaats in Nederland was en eiseres daar nog woont. Het toepasselijke recht is het Nederlandse huwelijksvermogensrecht, aangezien partijen na het huwelijk in Nederland zijn gaan wonen en geen rechtskeuze is gemaakt.
Er is een algehele gemeenschap van goederen ontstaan op 14 september 2000 en ontbonden op 12 juli 2021. De rechtbank stelt vast dat de woning en inboedel in Marokko, de bankrekeningen en de inboedel in Nederland tot de gemeenschap behoren. Eiseres heeft een vergoedingsrecht van € 20.302,54 op basis van een smartengelduitkering die is gebruikt voor de aankoop van de woning in Marokko.
De woning in Marokko wordt toegewezen aan gedaagde onder de voorwaarde dat hij binnen een termijn kan aantonen dat hij de woning kan overnemen tegen taxatiewaarde, anders wordt deze verkocht. De bankrekeningen blijven bij de respectievelijke rekeninghouders. De inboedel wordt verdeeld op basis van feitelijk bezit zonder nadere verrekening. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.