ECLI:NL:RBMNE:2024:1943
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor festival afgewezen wegens gebrek aan materiële connexiteit
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat het festival in juni 2024 in de gewenste vorm doorgaat of om aanpassing van de uitvoering ervan. Het college had eerder een omgevingsvergunning verleend voor het festival in juni 2023, welke na bezwaar werd herroepen, maar later weer in stand werd gelaten. Verzoeker is tegen dit laatste besluit in beroep gegaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak zich richt op de rechtmatigheid van de vergunning voor het reeds gehouden festival in 2023, wat van belang kan zijn voor toekomstige vergunningaanvragen. Echter, een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er materiële connexiteit bestaat tussen de hoofdzaak en het verzoek. Omdat het verzoek ziet op het toekomstige festival in 2024 en de hoofdzaak op het verleden, ontbreekt deze connexiteit.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen noodzaak voor een zitting en doet uitspraak zonder zitting. Wel is bepaald dat het beroep van verzoeker versneld wordt behandeld zodat de hoofdzaak kan worden afgerond vóór het volgende festival. Het college hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van materiële connexiteit.