ECLI:NL:RBMNE:2024:2185
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens inkomsten zonder dringende redenen voor kwijtschelding
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet en volgde in 2022 een opleiding en stage bij een stichting, waarna hij per 1 oktober 2022 in dienst trad. Verweerder ontdekte dat eiser inkomsten had uit werk die niet waren gemeld, waardoor bijstand ten onrechte werd ontvangen. Verweerder trok het recht op bijstand per 1 oktober 2022 in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug.
Eiser voerde aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege persoonlijke omstandigheden zoals een conflict op de werkvloer, stress en een hartaanval, en dat de terugvordering in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was tijdig melding te maken van zijn inkomsten en dat het ontstaan van de terugvordering mede door zijn toedoen was.
De rechtbank stelde vast dat de terugvordering een reparatoir karakter heeft en dat verweerder een betalingsregeling heeft aangeboden. Ook werd geen sprake geacht van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Lenstra op 4 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.