ECLI:NL:RBMNE:2024:2305
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgmachtiging wegens ontbreken psychische stoornis bij middelengebruik
De officier van justitie verzocht op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) om een zorgmachtiging voor betrokkene, vanwege overmatig middelengebruik en de noodzaak tot verplichte zorg. Het verzoek omvatte diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen en opname.
Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene niet aanwezig en toonde geen bereidheid tot behandeling. Vertegenwoordigers vanuit het gebiedsteam en de woongroep gaven aan dat betrokkene geen psychiatrisch toestandsbeeld vertoonde, maar wel problematisch middelengebruik had. De advocaat van betrokkene voerde aan dat een verslaving op zichzelf geen psychische stoornis is en daarom de zorgmachtiging afgewezen moet worden.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het medisch advies en de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:559) onvoldoende is aangetoond dat de verslaving gepaard gaat met een andere stoornis of dat betrokkene in zijn functioneren dermate is aangetast dat een zorgmachtiging gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De beschikking is op 2 april 2024 mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens het ontbreken van een psychische stoornis.