Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 7 maart 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor besluiten op bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank past deze termijnen toe en bepaalt dat verweerder uiterlijk 14 juni 2024 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder moet tevens het door eiseres betaalde griffierecht van €50 vergoeden. Er worden geen verdere proceskosten toegewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2024.