ECLI:NL:RBMNE:2024:2379
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende onderbouwing
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning gebouwd in 2016 met een gebruiksoppervlak van circa 174 m² en een kavel van 315 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2021 vast op € 788.000,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de waarde ten hoogste € 736.000,- bedraagt. Na een ongegrond verklaring van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde voldoende aannemelijk had gemaakt. De heffingsambtenaar had vijf referentieobjecten geselecteerd die qua ligging, grootte en voorzieningen vergelijkbaar waren met de woning van eiser. De rechtbank oordeelde dat deze referenties voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de waardebepaling inzichtelijk had gemaakt, ondanks het ontbreken van een taxatiematrix met correctiepercentages.
Eiser stelde dat hij niet alle relevante stukken had ontvangen en verwees naar het 'black-box'-arrest van de Hoge Raad, maar de rechtbank volgde dit standpunt niet. Ook de door eiser aangevoerde nadelen zoals de nabijheid van een snelweg en dakoverstekken waren volgens de rechtbank voldoende verdisconteerd in de waardering of onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 788.000,- wordt ongegrond verklaard.