Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering per 10 mei 2023 te beëindigen, omdat zij volgens het UWV vanaf die datum de geduide functies kon verrichten. Na bezwaar en aanvullend rapport van een arbeidsdeskundige heeft het UWV haar bezwaar alsnog gegrond verklaard en vastgesteld dat eiseres onveranderd arbeidsongeschikt is.
Eiseres stemde in met deze vaststelling, maar wilde een inhoudelijke beoordeling van haar beroepsgronden over verdere beperkingen. De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten en oordeelde dat door het gewijzigde besluit van het UWV het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht, proceskosten en wettelijke rente. De zaak werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat eiseres met het gewijzigde besluit haar doel had bereikt, namelijk voortzetting van de ZW-uitkering.