Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
Inleiding
Wat ging er aan het verzoek vooraf?
€ 816,--
€ 1.792,--
€ 288,--
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft het UWV verzocht tot vergoeding van fiscale schade die is ontstaan door nabetaling van een ziektewetuitkering over de periode van 2017 tot 2021. Het UWV heeft eerder een schadevergoeding van €11.900 toegekend, maar verzoeker stelt dat zijn schade hoger is en vordert een bedrag van €28.892, later zelfs €89.010.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de schade heeft berekend op basis van de belastinggegevens van verzoeker, rekening houdend met het progressieve belastingstelsel en het fiscale voordeel en nadeel over de jaren 2017 tot en met 2021. Verzoeker heeft onvoldoende concrete en verifieerbare onderbouwing geleverd voor zijn hogere schadeclaim.
De rechtbank oordeelt dat het causale verband tussen het onrechtmatige besluit van het UWV en de fiscale schade vaststaat, maar dat de hoogte van de schadevergoeding door het UWV op juiste wijze is vastgesteld. Het verzoek tot een hogere schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Verzoeker krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 8 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van fiscale schade wordt afgewezen omdat de berekening van het UWV juist is.