Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging zware mishandeling;
bedreiging met zware mishandeling
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 13 februari 2018 heeft verdachte in Hilversum met een mes een snijwond toegebracht aan het gezicht van het slachtoffer, wat wettig en overtuigend bewezen is. Tevens bedreigde verdachte het slachtoffer en diens vader met een dreigend bericht over 480 volt op deuren van hun pand.
De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, en dat sprake was van noodweer. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat overschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid tenzij verdedigingsrechten zijn geschonden, wat hier niet het geval was. Ook was geen noodweersituatie aannemelijk.
De rechtbank achtte het bewijs overtuigend, onder meer op basis van getuigenverklaringen, DNA-sporen op het mes en het slachtoffer's letsel. Het handelen van verdachte kwalificeerde als poging zware mishandeling en bedreiging.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, recidive, en de aanzienlijke termijnoverschrijding. Gezien het feit dat verdachte in het buitenland woont, werd een geldboete van €3000 opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €3000 wegens poging zware mishandeling en bedreiging.