ECLI:NL:RBMNE:2024:3002
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzage politiegegevens aandachtsvestiging op grond van Wpg
Eiser verzocht op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) om inzage in alle stukken met betrekking tot de aandachtsvestiging van 25 november 2014 en op grond van artikel 28 Wpg Pro om rectificatie of vernietiging van deze aandachtsvestiging en van e-mails van april 2023. De korpschef wees deze verzoeken af in besluiten van 4 mei 2023 en 30 augustus 2023. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef het verzoek om inzage op grond van artikel 25 Wpg Pro ten onrechte als buitensporig had bestempeld en vernietigde dit onderdeel van het besluit. De rechtbank stelde vast dat de aandachtsvestiging persoonsgegevens bevat die onder de Wpg vallen, maar dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat deze gegevens onjuist waren, zodat het verzoek om rectificatie terecht werd afgewezen.
Verder kon de rechtbank geen oordeel geven over een nieuwere aandachtsvestiging uit 2023, omdat deze niet onderdeel was van de bestreden besluiten. Ook het verzoek tot rectificatie van e-mails werd afgewezen, omdat deze geen politiegegevens bevatten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond, tegen het tweede ongegrond en droeg de korpschef op het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit inzake inzage politiegegevens wordt gegrond verklaard en vernietigd, overige afwijzingen worden gehandhaafd, en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.