Uitspraak
Verstekvonnis van 7 februari 2024
[eisende partij] ,
niet verschenen.
De procedure
Overwegingen van de kantonrechter
86,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering tot ontbinding van een overeenkomst met betrekking tot een garagebox tussen een natuurlijke persoon en een besloten vennootschap. De procedure startte met een dagvaarding op 10 oktober 2023. De gedaagde partij verscheen niet, waarna de eisende partij meerdere malen schriftelijk reageerde op tussenvonnissen van de kantonrechter.
De eisende partij trok de primaire vordering in en beperkte de subsidiaire vordering tot €25.000, waardoor de kantonrechter bevoegd werd om kennis te nemen van de zaak. De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig was en wees deze toe.
De overeenkomst tussen partijen werd ontbonden, de gedaagde werd veroordeeld de garagebox terug te nemen en €25.000 aan de eisende partij te betalen. Tevens werden de proceskosten van €215,14 toegewezen aan de eisende partij, met wettelijke rente vanaf zeven dagen na aanmaning. Het vonnis werd verstek gewezen en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en de gedaagde veroordeeld tot terugname garagebox en betaling van €25.000 plus proceskosten.