ECLI:NL:RBMNE:2024:3203

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
10748946 AC EXPL 23-2328 MdG/60607
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst garagebox en toewijzing schadevergoeding

De zaak betreft een vordering tot ontbinding van een overeenkomst met betrekking tot een garagebox tussen een natuurlijke persoon en een besloten vennootschap. De procedure startte met een dagvaarding op 10 oktober 2023. De gedaagde partij verscheen niet, waarna de eisende partij meerdere malen schriftelijk reageerde op tussenvonnissen van de kantonrechter.

De eisende partij trok de primaire vordering in en beperkte de subsidiaire vordering tot €25.000, waardoor de kantonrechter bevoegd werd om kennis te nemen van de zaak. De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig was en wees deze toe.

De overeenkomst tussen partijen werd ontbonden, de gedaagde werd veroordeeld de garagebox terug te nemen en €25.000 aan de eisende partij te betalen. Tevens werden de proceskosten van €215,14 toegewezen aan de eisende partij, met wettelijke rente vanaf zeven dagen na aanmaning. Het vonnis werd verstek gewezen en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en de gedaagde veroordeeld tot terugname garagebox en betaling van €25.000 plus proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 10748946 AC EXPL 23-2328 MdG/60607

Verstekvonnis van 7 februari 2024

inzake

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
procederend in persoon,
tegen:
de besloten vennootschap
Boxx Opslagverhuur […] B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
niet verschenen.

De procedure

De procedure is begonnen met de dagvaarding van 10 oktober 2023. Nadat de gedaagde partij niet is verschenen. Daarna heeft de eisende partij nog op 29 oktober 2023 en 1 november 2023 een brief aan de rechtbank gestuurd.
De kantonrechter heeft daarna op 6 december 2023 een tussenvonnis gewezen. De eisende partij heeft hierop bij brief van 12 december 2023 gereageerd.
Daarna heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen op 17 januari 2024. De eisende partij heeft daarop bij brief van 19 januari 2024 gereageerd.
Daarop volgt nu dit vonnis.

Overwegingen van de kantonrechter

De eisende partij heeft bij brief van 19 januari 2024 zijn vordering vermindert, in die zin dat de primaire vordering is ingetrokken en de subsidiaire vordering is verminderd tot een bedrag van € 25.000,00.
De verminderde vordering leidt ertoe dat de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van de vordering. De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De vordering wordt daarom toegewezen.
De gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 129,14
- griffierecht €
86,00
Totaal € 215,14
Omdat de eisende partij zelf, in persoon, procedeert, wordt er geen salaris gemachtigde toegewezen.
De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf zeven dagen nadat de eisende partij de gedaagde partij heeft aangeschreven om de kosten te betalen.

De beslissing

De kantonrechter:
ontbindt de overeenkomst tussen partijen;
veroordeelt de gedaagde partij om de garagebox terug te nemen;
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen € 25.000,00;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 215,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen nadat de eisende partij de gedaagde partij heeft aangeschreven de kosten te betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2024.