ECLI:NL:RBMNE:2024:3261
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hulp bij het huishouden wegens redelijke verwachting eigen huishoudelijke hulp
Eiser vroeg verlenging van hulp bij het huishouden op grond van de Wmo vanwege de verslechterde gezondheid van zijn echtgenote na een operatie en haar onvermogen om huishoudelijke taken te verrichten.
Het college kende aanvankelijk tijdelijk hulp toe, maar wees de latere aanvraag af omdat eiser fysiek in staat was de huishoudelijke taken zelf te verrichten en gebruikelijke hulp kon bieden. Het college verwees ook naar algemene voorzieningen en de mogelijkheid om vaardigheden te ontwikkelen.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids-, vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, onder meer omdat geen keukentafelgesprek had plaatsgevonden en hij mocht vertrouwen op verlenging.
De rechtbank oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld, dat de tijdelijke toekenning duidelijk was en dat geen onvoorwaardelijke toezegging tot verlenging bestond. Het beroep is ongegrond verklaard. De rechtbank weegt mee dat een nieuw onderzoek gepland staat vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder psychische overbelasting van eiser en dementie van zijn echtgenote.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag hulp bij het huishouden.