ECLI:NL:RBMNE:2024:3286
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang met koker tegen mond slachtoffer
Op 22 februari 2023 werd verdachte beschuldigd van het dwingen van een bejaarde vrouw door een zwarte koker tegen haar hoofd te duwen en in haar mond te stoppen terwijl zij bewusteloos of lichamelijk onbekwaam was. De officier van justitie achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, verwijzend naar videobeelden en jurisprudentie.
De verdediging voerde aan dat uit de beelden niet blijkt dat verdachte de koker daadwerkelijk in de mond van het slachtoffer heeft geduwd en dat verdachte niet wist dat er werd gefilmd. Er zou sprake zijn van een misplaatste grap zonder strafbare gedraging.
De politierechter oordeelde dat uit de beelden weliswaar blijkt dat verdachte een zwarte koker voor het geslachtsdeel hield en deze in de richting van de mond van het slachtoffer bewoog, maar dat niet vaststaat dat verdachte de koker in de mond heeft geduwd. De tenlastelegging werd dan ook niet bewezen geacht en verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij dwang heeft uitgeoefend met de koker.