Uitspraak
en [verzoekster](verzoekster), uit [woonplaats] , verzoekers, in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van
[minderjarige],
Rechtbank Midden-Nederland
Op 6 maart 2024 is een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer voor het schooljaar 2023-2024 ten behoeve van een minderjarige. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt kende op 4 april 2024 een vergoeding toe voor openbaar vervoer van het woonadres naar school.
Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 28 mei 2024 trokken verzoekers hun verzoek in nadat het college toezegde dat de minderjarige voor de rest van het schooljaar in aanmerking wordt gebracht voor aangepast vervoer, aangezien de minderjarige niet naar school gaat en dit ongewenst is.
De voorzieningenrechter besloot op grond van artikel 8:82, vijfde lid, Awb, dat het college het door verzoekers betaalde griffierecht van €187,- moet vergoeden, omdat het verzoek is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het college. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het college wordt verplicht het betaalde griffierecht van €187,- aan verzoekers te vergoeden.