ECLI:NL:RBMNE:2024:3392
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij Ziektewet-uitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om geen Ziektewet-uitkering toe te kennen. De voorzieningenrechter beoordeelt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, aangezien het bedrag later alsnog kan worden terugbetaald.
Verzoeker stelde dat hij door het ontbreken van inkomsten ernstige betalingsproblemen heeft, wat zijn genezing belemmert. De rechtbank heeft verzoeker via de griffier gevraagd dit nader te onderbouwen met bewijsstukken zoals bankafschriften of aanmaningen, en een verklaring van de gemeente over het niet kunnen verkrijgen van bijstand. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een acute financiële noodsituatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorzieningenrechter het verzoek zonder zitting afwijst. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.