Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
135,00
Rechtbank Midden-Nederland
Woongroen vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde], omdat de woning gesloopt moet worden in het kader van herontwikkeling van de wijk. De huurder weigert te verhuizen, tenzij zij kan verhuizen naar een specifieke eengezinswoning, wat niet passend wordt geacht door Woongroen.
De huurder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend. Uit de overgelegde stukken blijkt dat Woongroen de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik vanwege de noodzakelijke sloop en dat een vergelijkbare woning beschikbaar is voor de huurder.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat een bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen en verleent daarom de vordering tot ontruiming met een termijn van drie dagen na betekening. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis.