ECLI:NL:RBMNE:2024:3738
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing billijke vergoeding en gedeeltelijke toewijzing loonvorderingen na beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een verzoek van een werknemer tegen zijn voormalige werkgever na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer vordert een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en betaling van achterstallig loon over overuren en ten onrechte afgeschreven verlofuren.
De kantonrechter oordeelt dat ernstig verwijtbaar handelen niet is komen vast te staan. De werkgever heeft de re-integratieverplichtingen weliswaar te laat opgepakt, maar daarna adequaat gehandeld. Er is geen bewijs dat de arbeidsovereenkomst niet is verlengd vanwege een handicap of chronische ziekte. Ook is onvoldoende gesteld dat de werkgever onvoldoende zorg heeft gedragen voor arbeidsomstandigheden.
Ten aanzien van de loonvorderingen wordt het beroep op klachtplicht verworpen, maar het beroep op rechtsverwerking wordt gehonoreerd voor een deel van de periode. De werknemer krijgt alsnog betaling van € 2.863,01 bruto overuren en € 312,26 bruto voor verlofuren toegewezen, met wettelijke rente. De werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 994,12 bruto wegens onverschuldigde betalingen. Proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding afgewezen; gedeeltelijke toewijzing betaling overuren en verlofuren met rente; wederzijdse terugbetalingsverplichtingen; proceskosten gecompenseerd.