ECLI:NL:RBMNE:2024:3887

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2024
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
UTR 23/4911 T2
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebreken bestreden besluit gemeente IJsselstein

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 24 juni 2024 een tussenuitspraak gedaan waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein de gelegenheid kreeg om binnen vier weken de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

Het college verzocht vervolgens om verlenging van deze termijn omdat de tussenuitspraak niet per post was ontvangen, waardoor de resterende termijn te kort was om de gebreken adequaat te herstellen. De rechtbank achtte dit een bijzonder geval dat verlenging rechtvaardigt en verlengde de termijn tot uiterlijk 15 juli 2024.

De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak in de zaak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het college om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen tot uiterlijk 15 juli 2024 en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4911 T2

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2024 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] ,

[eiser 3] en [eiser 4],
[eiser 5],
allen uit [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. S.G.A. de Boer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein, verweerder
(gemachtigde: J. Fakkel).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[derde-partij 1] en [derde-partij 2]uit [woonplaats] , vergunninghouder

Procesverloop

1.1.
In de tussenuitspraak van 27 mei 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak op 3 juni 2024, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
1.2.
Bij brief van 18 juni 2024 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.

Overwegingen

2. Het college heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
3. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
4. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat de tussenuitspraak hem niet per post heeft bereikt. De rechtbank heeft de tussenuitspraak op 18 juni 2024 per e-mail nogmaals aan het college verzonden. Dit bericht heeft het college wel in goede orde ontvangen. Het college wil gebruik maken van de aan hem geboden gelegenheid om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. De resterende termijn om de gebreken te herstellen bedraagt nu echter nog minder dan twee in plaats van de in de tussenuitspraak aan hem geboden termijn van vier weken. De termijn die nu nog rest is te kort om het bestreden besluit te kunnen repareren. Het college vraagt daarom de termijn waarbinnen de gebreken hersteld moeten zijn te verlengen tot vier weken na 18 juni 2024.
5. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat elke andere beslissing van de rechtbank – met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen – naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.
6. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk op 15 juli 2024 de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
24 juni 2024.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.