ECLI:NL:RBMNE:2024:3986
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen handhavingsverzoeken inzake afwijkingen bouw omgevingsvergunning
Eiser heeft meerdere handhavingsverzoeken ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht vanwege vermeende bouwafwijkingen van een gebouw gerealiseerd door vergunninghouder. De vermeende overtredingen betroffen de plaatsing van balkons, de situering en verdraaiing van het gebouw, de bouwhoogte en het peil, en de positionering van leidingen nabij de erfgrens.
De rechtbank oordeelt dat de afwijking van de balkons slechts 6 centimeter bedraagt ten opzichte van de vergunning en dat het college terecht heeft geoordeeld dat handhaving in dit geval onevenredig is. De beweringen over een verschuiving of verdraaiing van het gebouw zijn onvoldoende onderbouwd en worden verworpen. Ook is geen sprake van een overschrijding van de bouwhoogte, aangezien het college een juiste peilbepaling heeft gehanteerd.
Ten aanzien van de leidingen concludeert de rechtbank dat deze op minimaal 50 centimeter van de erfgrens liggen en dat de stelling van eiser dat dit minder zou zijn niet wordt bevestigd door het onderzoeksrapport. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken worden ongegrond verklaard.