Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
[werkgeefster] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] (werkgeefster)
(gemachtigde: L.D.N. Mordaunt).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een receptioniste/hostess die sinds 2019 arbeidsongeschikt is, vroeg toepassing van de 60-plusmaatregel bij haar WIA-uitkering. Deze maatregel geldt voor 60-plussers die tussen 1 oktober 2022 en 31 december 2023 het einde van de wettelijke wachttijd van 104 weken bereiken, en voorziet in een vereenvoudigde beoordeling met fictieve indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100%.
Door een loonsanctie tegen haar werkgever werd de ingangsdatum van haar WIA-uitkering verschoven naar 17 oktober 2022, terwijl haar wachttijd eindigde vóór 1 oktober 2022. Het Uwv wees toepassing van de 60-plusmaatregel af, wat eiseres betwistte en beroep instelde.
De rechtbank overwoog dat de 60-plusmaatregel buitenwettelijk begunstigend beleid is en dat toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel, mogelijk is. De rechtbank concludeerde dat de afbakening van de doelgroep op basis van het moment waarop de wachttijd eindigt een objectief en evenwichtig criterium is dat geen onrechtmatige ongelijke behandeling oplevert.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat het Uwv de maatregel correct heeft toegepast. Eiseres behoudt haar WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,58%.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het Uwv hoeft de 60-plusmaatregel niet toe te passen.