In deze burenrechtzaak gaat het om een geschil tussen buren over een gezamenlijk gebruikte carport en een hekwerk dat door een van de buren op haar perceel is geplaatst. Eisers vorderen verwijdering van het hekwerk wegens onrechtmatige hinder en misbruik van bevoegdheid, maar de rechtbank oordeelt dat het hekwerk op eigen perceel is geplaatst en geen onrechtmatige hinder oplevert. De hinder beperkt zich tot een aanpassing van de wijze van parkeren, wat niet onredelijk is gezien het redelijke belang van gedaagde haar perceel af te sluiten vanwege kleine kinderen en huisdieren.
Daarnaast vordert gedaagde verwijdering van een camera aan de voorzijde van de woning van eisers, omdat deze inbreuk maakt op haar privacy. De rechtbank stelt vast dat de camera zicht heeft op het perceel van gedaagde en dat dit een onrechtmatige inbreuk op het recht op privacy vormt. Omdat geen rechtvaardigingsgrond is gesteld, wordt de vordering toegewezen en moet de camera worden verwijderd en verwijderd gehouden.
De proceskosten worden eisers opgelegd, zowel in conventie als in reconventie. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en legt een dwangsom op voor het niet naleven van de verwijderingsverplichting van de camera.