ECLI:NL:RBMNE:2024:4161
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering WIA-beoordeling rusttijd tijdens werkdag
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een periode van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage volgens de functionele mogelijkhedenlijst (FML) minder dan 35% bedraagt. Zowel de primaire als de bezwaarverzekeringsarts hebben de beperkingen beoordeeld, waarbij de bezwaarverzekeringsarts een urenbeperking van 6 uur per dag heeft vastgesteld met een noodzakelijke recuperatietijd van 1 uur.
Eiseres stelt dat de recuperatietijd onvoldoende is meegenomen, omdat zij tijdens een werkdag een uur moet rusten, wat niet in de FML is opgenomen. De rechtbank oordeelt dat het UWV dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de FML niet duidelijk maakt waarom deze rusttijd niet is verwerkt. De rechtbank bevestigt dat de beoordeling zich moet richten op de situatie per einde wachttijd en dat latere verslechteringen niet in deze beoordeling worden meegenomen.
De rechtbank geeft het UWV acht weken de tijd om het motiveringsgebrek te herstellen en eventueel de gevolgen voor de arbeidskundige beoordeling te onderzoeken. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De rechtbank wijst erop dat na herstel van het gebrek de eiseres de gelegenheid krijgt om te reageren en dat de einduitspraak zonder tweede zitting kan worden gedaan.
Uitkomst: Het UWV krijgt acht weken de gelegenheid om het motiveringsgebrek over de rustpauze in de functionele mogelijkhedenlijst te herstellen.