Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Verdachte heeft de feiten ontkend en stelt dat hij aangeefster nooit heeft gezien.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
freeze respons(behoudstrategie) zou hebben gehad, was er wellicht nog een erger delict gepleegd. Dat dit niet is gebeurd, is niet te wijten aan verdachte. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. Verdachte heeft enkel gedacht aan zijn eigen lustgevoelens, en geen rekening gehouden met de gevoelens van een ander. Aangeefster heeft beschreven dat zij zich angstig voelde op het moment en dat zij het tongzoenen erg vies vond. Ook na afloop heeft zij last ondervonden. Ze was vaak emotioneel, vond het lastig om naar school te gaan en kon een tijd niet werken.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Oplegging straf
een gevangenisstraf van 1 maand;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden
algemene voorwaardeniet heeft nageleefd;
proeftijd van 1 jaarvast;
taakstraf van 100 uren;
wordt vervangen door 50 dagen hechtenis;
- wijst de
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
hij op of omstreeks 13 november 2020 te [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door
- door op die [slachtoffer] te gaan zitten en/of door die [slachtoffer] bij de keel en/of schouders en/of hoofd te pakken, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten/bevoelen van de billen en/of het (tong)zoenen van die [slachtoffer] ;
(art 246 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 13 november 2020 te [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug [slachtoffer] heeft bedreigd met
- verkrachting, en/of
- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of
- gijzeling, en/of
- zware mishandeling,
door op die [slachtoffer] te gaan zitten en/of
- door de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen, althans door die [slachtoffer] bij de keel vast te grijpen en/of
- door die [slachtoffer] klem te zetten met zijn benen zodat die [slachtoffer] niet weg kon komen en/of
- door tegen die [slachtoffer] te zeggen dat ze naar hem, verdachte moest luisteren anders zou hij haar pijn doen en geweld gebruiken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- door tegen die [slachtoffer] te zeggen "Ik wil dat je mij pijpt dan mag je naar huis" en/of "We gaan nu seks hebben en je gaat meewerken of we gaan het tegen je zin doen, anders ga je pijn krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)