Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een factuur voor werkzaamheden aan een woning. Eiser bezocht de woning van gedaagde voor het verplaatsen van een muur en het maken van een deur, maar verrichtte geen werkzaamheden omdat een vergunning ontbrak. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen.
De kantonrechter oordeelt dat de bewijslast voor het bestaan van een overeenkomst bij eiser ligt. Hoewel vaststaat dat eiser de woning bezocht en er vooraf contact was, is onduidelijk wat partijen precies zijn overeengekomen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat een overeenkomst is gesloten, mede doordat geen offerte of relevante correspondentie is overgelegd.
De overgelegde facturen zijn onleesbaar en onvoldoende onderbouwd, en de vertaling van een Facebook-bericht draagt niet bij aan het bewijs. De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat een overeenkomst bestaat en dat gedaagde de factuur niet verschuldigd is.
Eiser wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde. Het vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en op 10 april 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen omdat geen overeenkomst is vastgesteld.