Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen. Dit beroep heeft zij ingetrokken nadat de Belastingdienst het oorspronkelijke besluit van 28 februari 2022 heeft vervangen door een nieuw besluit van 3 mei 2024. De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenveroordeling en stelt vast dat verzoekster feitelijk is tegemoetgekomen.
De Belastingdienst erkent dat verzoekster terecht beroep heeft ingesteld en dat zij recht heeft op vergoeding van haar proceskosten en het griffierecht. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en bepaalt de vergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekster krijgt een vergoeding van €218,75 voor de bijstand door een gemachtigde en daarnaast een vergoeding van het betaalde griffierecht van €50.
De rechtbank legt uit dat een bestuursorgaan in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift, waardoor het beroep wordt ingetrokken. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar.