Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen een besluit van 1 december 2021. Dit beroep heeft zij ingetrokken nadat de Belastingdienst/Toeslagen op 15 december 2023 alsnog een besluit op haar bezwaar heeft genomen. De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoekster om proceskostenveroordeling beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het beroep terecht was ingesteld en het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is. De proceskostenvergoeding wordt berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een vergoeding van €218,75 wordt toegekend voor de bijstand door een gemachtigde en een vergoeding van het griffierecht van €50,-.
De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 26 juni 2024.