Eiseres heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV zijn afgewezen. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen het besluit van 13 juni 2023, waarin het UWV de aanvragen buiten behandeling stelde met verwijzing naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank van 8 augustus 2022.
De rechtbank maakt onderscheid tussen Wajong-rechten op grond van artikel 1a:1, eerste lid, onder a en onder b van de Wajong. Eiseres stelt dat zij per 2019 duurzaam geen arbeidsvermogen had en dat dit binnen vijf jaar na 2015 ligt, met een nieuwe ziekteoorzaak. Het UWV stelt dat er geen sprake is van een nieuwe ziekteoorzaak en dat de eerdere beoordeling rechtens onaantastbaar is geworden.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er reeds een definitieve uitspraak is over de Wajong-rechten van eiseres per 30 maart 2015 en daarna. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.