De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2011, die bij hun moeder en stiefvader wonen. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was eerder vastgesteld en verlengd tot 30 juni 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de moeder en stiefvader niet verschenen, is vastgesteld dat de kinderen nog steeds in hun ontwikkeling worden bedreigd. De spanningen tussen de ouders en de onrustige opvoedsituatie, voornamelijk veroorzaakt door de houding van de moeder, vormen de kern van deze bedreiging. De moeder weigert medewerking aan hulpverlening en communiceert niet respectvol met de vader, wat het maken van afspraken bemoeilijkt.
De school van een van de kinderen heeft zorgen geuit over de negatieve effecten van de moederlijke houding op het kind. De moeder handelt volgens de kinderrechter meer in eigen belang dan in dat van de kinderen. De omgang tussen vader en kinderen verloopt moeizaam, mede door beïnvloeding van de moeder en haar communicatie tijdens omgangsperiodes.
Gezien het gebrek aan zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder en haar weigering tot constructieve samenwerking met de gecertificeerde instelling, acht de kinderrechter het noodzakelijk de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen. Dit om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en de situatie te monitoren.