De rechtbank Midden-Nederland behandelde een civiele zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde een bedrag van €317.916,85 terugbetaalt wegens een softwarefout in het administratiesysteem die leidde tot te hoge betalingen voor transport- en montagewerkzaamheden in de periode december 2021 tot en met augustus 2022.
Eiseres stelde dat het administratiesysteem onterecht transportvergoedingen rekende bij montagediensten, terwijl gedaagde dit betwistte zonder voldoende bewijs te leveren. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd dat transport en montage na december 2021 werden gecombineerd en dat de overeengekomen tarieven geen aparte reiskostenvergoeding omvatten.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €3.997,84 toegewezen voor schade veroorzaakt tijdens transport en montage, en werden boetes van €40.000,- opgelegd aan gedaagde wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. Ook werd een verklaring voor recht gegeven over de aansprakelijkheid van gedaagde voor toekomstige boetes.
Verder werd een korting (malus) op de vergoeding voor het derde en vierde kwartaal van 2022 bevestigd vanwege het niet behalen van afgesproken klantdoelstellingen. De vordering in reconventie van gedaagde werd afgewezen. Tot slot werden buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten toegewezen aan eiseres.