Eiseres heeft op 21 november 2023 een verzoek ingediend bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder had uiterlijk 2 januari 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 27 februari 2024 in gebreke en startte vervolgens beroep bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn ruim zeven maanden is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen, ondanks toezeggingen over deelbesluiten. De rechtbank wijst erop dat de termijn slechts in bijzondere gevallen kan worden verlengd en ziet geen reden tot uitstel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op tot een maximum van €15.000. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €371 aan eiseres.