ECLI:NL:RBMNE:2024:4632

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
UTR 24/2025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.4 WooArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslistermijn overschreden bij Woo-verzoek, dwangsom en proceskosten opgelegd

Eiseres diende op 21 november 2023 een verzoek om informatie in op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken beslist, waardoor eiseres op 27 februari 2024 een ingebrekestelling stuurde. Nadat ook na deze ingebrekestelling geen besluit werd genomen, startte eiseres een beroep bij de rechtbank.

De rechtbank stelde vast dat verweerder de beslistermijn had overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Verweerder verzocht om een verlenging van zes weken, maar dit verzoek werd niet gehonoreerd. De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.

Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €371 aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn op 4 juli 2024.

Uitkomst: Verweerder moet binnen twee weken alsnog beslissen, een dwangsom betalen en proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2025

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2024 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. C.N. van der Sluis),
en

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder,

(gemachtigde: M.S. van Muiswinkel).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 18 maart 2024 van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar aanvraag ingediend op 21 november 2023. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Verweerder had dus uiterlijk op 19 december 2023 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 27 februari 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, van de Awb).
5. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 4 april 2024 verzocht om een nadere termijn van zes weken vanaf de datum van het verweerschrift om een beslissing te nemen. Tot op heden heeft de rechtbank geen beslissing ontvangen. De rechtbank bepaalt daarom dat verweerder binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een beslissing bekend moet maken.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 4 september 2023 [1] als volgt berekend. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,25). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een wegingsfactor van 0,25 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 218,75.
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
4 juli 2024.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.