Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [A] van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] .
- de moeder te verbieden om met de kinderen naar het buitenland te verhuizen, in het bijzonder naar [plaats] in Engeland;
- vast te stellen dat de kinderen in de zomervakantie van 2024 de laatste drie aaneengesloten weken bij hem zijn;
- vast te stellen dat de kinderen om de week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 18.00 uur bij hem zijn;
- vast te stellen dat de kinderen in de zomervakantie drie aaneengesloten weken bij de vader zijn (in de even jaren de laatste drie weken en in de oneven jaren de eerste drie weken);
- vast te stellen dat de kinderen in de meivakantie één week bij de vader zijn;
- vast te stellen dat de kinderen één week in de kerstvakantie bij de vader zijn (in de even jaren op eerste kerstdag bij de vader en in de oneven jaren op tweede kerstdag bij de moeder, en op oudejaarsdag in de even jaren bij de vader en op nieuwjaarsdag bij de moeder en in de oneven jaren andersom).
- vervangende toestemming om met de kinderen naar [plaats] in Engeland te verhuizen;
- vervangende toestemming om de kinderen op een school in [plaats] in Engeland in te schrijven;
- vast te stellen dat de vader en de kinderen na de verhuizing contact hebben:
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- hoe goed de verhuizing is voorbereid en doordracht;
- hoe vaak er contact is tussen de niet-verhuizende ouder en de kinderen voor en na de verhuizing;
- de (extra) kosten van het contact na de verhuizing;
4.De beslissing
- de kinderen zijn om de week van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de vader;
- de kinderen zijn in de zomervakantie drie aaneengesloten weken bij de vader (in 2024 in week 3 tot en met 5 en daarna het ene jaar de eerste drie weken en het andere jaar de laatste drie weken);
- de kinderen zijn in de meivakantie één aaneengesloten week bij de vader;
- de kinderen zijn in de kerstvakantie één aaneengesloten week bij de vader (in het ene jaar de eerste week en in het andere jaar de laatste week);