De rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen ouders over de voorgenomen verhuizing van de moeder met de kinderen naar Engeland en de zorgregeling. De moeder vroeg vervangende toestemming voor verhuizing en inschrijving op een Engelse school, terwijl de vader dit betwistte vanwege het belang van de kinderen en het contact met hem.
Na beoordeling van de omstandigheden, waaronder de leeftijd van de kinderen, hun binding met Nederland, de impact op het contact met de vader en de voorbereiding van de verhuizing, concludeerde de rechtbank dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is. De moeder kreeg geen vervangende toestemming. De rechtbank wees erop dat de kinderen te jong zijn om de gevolgen te overzien en dat het contact met de vader door de afstand ernstig zou verminderen.
De zorgregeling werd aangepast zodat de kinderen om de week van vrijdag uit school tot zondagavond bij de vader zijn, met drie aaneengesloten weken in de zomervakantie, één week in de meivakantie en één week in de kerstvakantie bij de vader. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en iedere ouder draagt eigen proceskosten.