ECLI:NL:RBMNE:2024:4880
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering en geen loonsanctie wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en voldoende re-integratie-inspanningen
Eiser, werkzaam als kok, raakte in april 2020 betrokken bij een ongeval met fysieke en psychische klachten. Na een periode van re-integratie en uitval vroeg hij in januari 2022 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 7,19%, later verhoogd naar 10,86%, beide onder de 35% grens voor een uitkering. Tevens oordeelde het UWV dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, waardoor geen loonsanctie werd opgelegd.
Eiser stelde dat de werkgever onvoldoende had gedaan en dat hij ten onrechte geen uitkering ontving. De rechtbank verwierp het aanvullend beroepschrift wegens schending van goede procesorde en oordeelde dat het UWV terecht geen loonsanctie oplegde, omdat de re-integratie-inspanningen volgens de geldende beleidsregels voldoende waren. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het UWV de arbeidsongeschiktheid op zorgvuldige wijze had vastgesteld op basis van medische rapporten, en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om dit oordeel te betwisten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van het UWV en wees het verzoek om terugbetaling van griffierechten en proceskosten af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.