ECLI:NL:RBMNE:2024:4893
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren zonder onmiddellijk in- of uitstappen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die op 15 november 2022 is opgelegd wegens parkeren zonder betaling van de verschuldigde belasting. De kern van het geschil is of het stilzetten en verlaten van de auto kan worden aangemerkt als 'onmiddellijk in- of uitstappen', waardoor geen parkeergeld verschuldigd zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 1 november 2022 zijn auto parkeerde op een locatie waar betaald parkeren geldt, zonder dat de belasting was voldaan. Verweerder voert aan dat alleen handelingen die direct verband houden met daadwerkelijk in- of uitstappen onder deze uitzondering vallen. Foto’s tijdens de parkeercontrole tonen geen personen in de nabijheid van het voertuig, wat wijst op parkeren.
De rechtbank volgt deze uitleg en oordeelt dat het korte stilzetten en verlaten van de auto niet kan worden gezien als onmiddellijk in- of uitstappen. Daarmee is sprake van parkeren en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. De rechtbank wijst ook op een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare zaak ongegrond werd verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van parkeren zonder onmiddellijk in- of uitstappen.