ECLI:NL:RBMNE:2024:4898
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde hotel; immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres, gebruiker van een hotel, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 3.360.000 voor het belastingjaar 2020, welke zij te hoog achtte en stelde een waarde van € 2.499.000 voor. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode en een recent aankoopcijfer uit 2017. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en volgt eiseres niet in haar betwisting.
Eiseres stelde dat een coronakorting moest worden toegepast, maar de rechtbank concludeerde dat op de waardepeildatum corona nog niet relevant was. De rechtbank wees het beroep ongegrond. Wel werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van vier jaar en zes maanden tussen ontvangst van het bezwaarschrift en de uitspraak, waarbij een forfaitair bedrag van € 150,- werd vastgesteld.
De schadevergoeding werd naar evenredigheid verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Staat. Daarnaast werd het griffierecht van € 365,- aan eiseres vergoed en een proceskostenvergoeding van € 218,75 toegekend, waarvan de helft voor rekening van de heffingsambtenaar en de helft voor de Staat. Het verzoek om veroordeling van de gemachtigde van eiseres in de proceskosten werd afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 19 augustus 2024 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van het hotel wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.