ECLI:NL:RBZWB:2024:8917
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde verslavingskliniek en afwijzing woondelenvrijstelling
Belanghebbende, eigenaresse van een verslavingskliniek bestaande uit twee gebouwen, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €5.793.000. De heffingsambtenaar verlaagde deze waarde op bezwaar naar €5.340.000. In beroep verdedigde de heffingsambtenaar een verdere verlaging naar €5.120.000, welke waarde de rechtbank uiteindelijk bevestigt.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde maximaal €3.800.000 zou moeten zijn en dat een woondelenvrijstelling voor de OZB-gebruiker van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde van €5.120.000 niet te hoog is vastgesteld en dat de woondelenvrijstelling niet van toepassing is, omdat onvoldoende feiten zijn aangevoerd om dit te onderbouwen.
Daarnaast maakte belanghebbende aanspraak op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert een overschrijding van circa acht maanden en kent een vergoeding toe van €50 per half jaar, waarvan €37,50 voor rekening van de heffingsambtenaar en €62,50 voor de Staat der Nederlanden komt.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende en vernietigt de uitspraak op bezwaar. De aanslagen OZB eigenaar en gebruiker worden dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: WOZ-waarde verlaagd tot €5.120.000, woondelenvrijstelling afgewezen en beperkte schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.