ECLI:NL:RBMNE:2024:492
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek constructieve ondersteuning mandelige scheidingsmuur
Eiser, eigenaar van een pand aan een adres in Utrecht, verzocht het college om handhavend op te treden tegen het ontbreken van een constructief veilige ondersteuning van een mandelige scheidingsmuur tussen zijn pand en dat van een derde partij. Het college wees dit verzoek in 2022 af met een motivering dat er al andere herstelsancties van kracht waren voor dezelfde overtreding.
Eiser betoogde dat de herstelsancties betrekking hadden op andere gebreken en dat de constructieve gebreken aan de scheidingsmuur op zichzelf stonden, waarvoor handhaving noodzakelijk was. Tijdens de zitting wijzigde het college haar motivering en stelde dat handhaving onevenredig zou zijn omdat herstel van de scheidingsmuur niet mogelijk is zolang de achtergevel van het pand van eiser niet is hersteld.
De rechtbank oordeelde dat deze gewijzigde motivering niet tot handhaving kan leiden omdat de volgorde van herstel geen reden is om te weigeren handhavend op te treden. De beslissing op bezwaar was daardoor niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met de Awb. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.