Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 17 mei 2024, met producties;
- de conclusie van repliek van 13 juni 2024, met productie;
- de conclusie van dupliek van 12 juli 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van Infomedics tegen gedaagde tot betaling van een restantbedrag voor een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Gedaagde had een behandeltraject bij een handtherapeut gevolgd waarvoor een totaalbedrag van €110,- was overeengekomen. Infomedics vorderde betaling van €40,90 voor een factuur van oktober 2023, terwijl gedaagde stelde dat het totale bedrag van €110,- al was voldaan.
De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen een behandeltraject was overeengekomen voor een totaalprijs van €110,-, gebaseerd op de verklaring van de therapeut die namens de behandelaar sprak. Infomedics kon niet aantonen dat hogere tarieven van toepassing waren en de door haar overgelegde tarievenlijst was van 2024 en niet relevant voor 2023.
Gedaagde moest nog €15,30 betalen als gevolg van een eerdere terugboeking door Infomedics. Verrekening van proceskosten zoals de aanschaf van USB-sticks werd afgewezen omdat dit geen opeisbare vordering betrof. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat de hoofdsom al was voldaan voordat de aanmaning werd verstuurd. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde moet €15,30 betalen vermeerderd met wettelijke rente, proceskosten worden gecompenseerd.