Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 7 mei 2021. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om hierover te oordelen nadat het beroep was doorgestuurd vanuit de rechtbank Limburg.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan op 10 mei 2022, waarna het beroep op 27 juli 2023 is ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op alsnog binnen de gestelde termijnen een besluit te nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen voor de Wet hersteloperatie toeslagen. Dit houdt in dat de Belastingdienst uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet doen en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijnen wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Tot slot wordt de Belastingdienst opgedragen het aan eiseres betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Er worden geen andere proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier M.L. Bressers op 6 februari 2024.