Eiseres kocht in juni 2022 twee bedden van gedaagde voor € 6.650,00. Bij levering in september 2022 constateerde zij diverse gebreken, waaronder gaatjes en verkleuringen in de stoffering en te harde toppers en matrassen. Na een nieuwe levering in november 2022 bleven de gebreken bestaan. Eiseres ontbond daarop in februari 2023 de overeenkomst buitengerechtelijk en vorderde terugbetaling van de koopsom, schadevergoeding, incassokosten, wettelijke rente en het ophalen van de bedden.
De kantonrechter oordeelde dat de bedden niet aan de overeenkomst voldoen omdat zij niet de eigenschappen bezitten die eiseres mocht verwachten. De gebreken waren voldoende om ontbinding te rechtvaardigen, waarbij gedaagde ook niet binnen een redelijke termijn de gebreken herstelde. De vordering tot terugbetaling van de koopsom werd toegewezen, evenals het ophalen van de bedden door gedaagde. Een gebruiksvergoeding werd afgewezen omdat de gebreken direct na levering werden gemeld en gedaagde onvoldoende herstel bood.
De vordering tot aanvullende schadevergoeding en incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gewezen door kantonrechter Boots op 28 augustus 2024.