AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling na beëindiging gezag vader
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) verzochten de rechtbank om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De minderjarige woont bij zijn moeder, die inmiddels alleen het ouderlijk gezag heeft gekregen nadat het gezag van de vader is beëindigd. De vader is niet meer betrokken bij het leven van de minderjarige en heeft geen contact met de GI of de minderjarige.
Tijdens de zitting, waarbij de vader niet aanwezig was maar wel correct was opgeroepen, werd vastgesteld dat de doelen van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de moeder zijn behaald en dat er geen zorgen meer zijn over de opvoedsituatie bij haar. De GI gaf aan dat de enige resterende zorgen betrekking hebben op de vader, maar dat verlenging van de ondertoezichtstelling geen oplossing biedt omdat de vader geen betrokkenheid toont.
De rechtbank concludeerde dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zoals genoemd in artikel 1:255 BWPro. De moeder is nu alleen belast met het gezag, waardoor de betrokkenheid van de GI niet meer noodzakelijk is. De rechtbank wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af en gaf aan dat de moeder in het vrijwillig kader contact kan opnemen met hulpverlening indien de vader weer in beeld komt.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is afgewezen omdat het gezag van de vader is beëindigd en er geen zorgen meer zijn over de opvoedsituatie bij de moeder.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/577482 / JE RK 24-1073
Datum uitspraak: 20 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder], hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. F.J. Sol,
[vader], hierna: de vader,
verblijvende op een voor de rechtbank onbekend adres.
1.Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter heeft op 1 juli 2024 het verzoek van de GI ontvangen met bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling (zitting) met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2024. Tegelijkertijd is het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag behandeld (zaak- en rekestnummer C/16/575683 / FO RK 24-630). De beslissing op dat verzoek is opgenomen in een aparte beschikking. Bij de zitting waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- [B] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. De GI heeft op de zitting bevestigd dat de vader wel op de hoogte was van de zitting.
2.De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Op 20 augustus 2024 heeft de rechtbank bepaald dat de moeder vanaf dat moment alleen wordt belast met het gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 augustus 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 augustus 2024.
3.Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.
4.De beoordeling
4.1.
De kinderrechter wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij zo beslist.
4.2.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat niet langer is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW).
4.3.
Op de zitting heeft de GI toegelicht dat zij zich afvraagt wat de meerwaarde van de ondertoezichtstelling zal zijn als het gezag van de vader over [minderjarige] wordt beëindigd. De GI heeft geen zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder thuis en alle doelen die voor de moeder in het kader van de ondertoezichtstelling zijn gesteld, zijn inmiddels behaald. Daarom is er ten aanzien van de moeder geen reden om de ondertoezichtstelling te verlengen.
4.4.
Volgens de GI zijn er enkel nog zorgen over de vader en over het feit dat er geen contact is tussen de vader en [minderjarige] . De vader heeft in het afgelopen jaar echter geen betrokkenheid getoond en hij was niet in beeld. Op het moment dat de moeder een verzoek tot eenhoofdig gezag heeft ingediend, heeft de vader wel contact opgenomen met de GI. Maar kort daarna is hij weer uit het contact gegaan en reageert hij nu niet meer op berichten of telefoontjes vanuit de GI. De vader is ook niet naar de zitting gekomen, terwijl de GI hem met klem heeft geadviseerd om wel te komen. Net als de GI verwacht de kinderrechter hierin geen verandering in het komende jaar. Dat betekent dat de verlenging van de ondertoezichtstelling voor deze zorgen geen oplossing biedt.
4.5.
Bovendien heeft de rechtbank de moeder op 20 augustus 2024 alleen belast met het gezag. Hierdoor is de betrokkenheid van de GI vanaf nu ook niet meer nodig om tussen de ouders in te staan en om ervoor te zorgen dat belangrijke zaken voor [minderjarige] geregeld kunnen worden.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat een verlenging van de ondertoezichtstelling feitelijk niets zal toevoegen. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat als de vader toch weer in beeld komt en open staat voor contact met [minderjarige] , dat de moeder hiervoor in het vrijwillig kader contact opneemt met de hulpverlening. Zij heeft het contact tussen [minderjarige] en de familie van de vader hersteld en geeft aan ook open te staan voor contactherstel met de vader als dat veilig is voor [minderjarige] .
5.De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.