ECLI:NL:RBMNE:2024:5269

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 augustus 2024
Publicatiedatum
4 september 2024
Zaaknummer
C/16/579757 / JE RK 24-1337
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp vanwege ernstige veiligheidszorgen minderjarige

De zaak betreft een minderjarige die onder toezicht is gesteld en momenteel verblijft in een gesloten jeugdhulpaccommodatie vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling belemmeren.

De kinderrechter constateert dat de veiligheid van de minderjarige niet voldoende kan worden gewaarborgd in een open setting vanwege dreiging, fysiek geweld en onderdrukking vanuit haar (ex-)vriend en familie. Er zijn zorgen over huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en uithuwelijking, ondanks ontkenning door de familie.

De minderjarige heeft zich meerdere keren onttrokken aan open groepen en maakte onveilige keuzes, waardoor gesloten plaatsing noodzakelijk is. De kinderrechter verleent de machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 25 oktober 2024, met het oog op behandeling en veiligheid.

Er is een wachtlijstplaats bij FIER en de kinderrechter benadrukt dat als het veilig is, de minderjarige zo snel mogelijk naar een open setting met passende behandelmogelijkheden moet worden overgeplaatst. De Raad onderzoekt de noodzaak van een definitieve ondertoezichtstelling.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 25 oktober 2024 vanwege ernstige veiligheidsrisico's en noodzakelijke behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/579757 / JE RK 24-1337
Datum uitspraak: 20 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Utrecht,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] (Bulgarije),
hierna: [minderjarige] ,
advocaat mr. A.M. Beuwer.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder], hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat Mr. Z. Yeral.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de beschikking van 9 augustus 2024.
1.2.
Op 20 augustus 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak (zitting) met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van [minderjarige] ;
- de moeder, bijgestaan door mr. Z. Yeral een telefonische tolk, A. de Jong;
  • [A] en [B] namens de GI;
  • [C] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
[minderjarige] is voorafgaand aan de zitting apart gehoord in aanwezigheid van haar advocaat, omdat zij niet bij de zitting aanwezig wilde zijn. Na de zitting heeft de kinderrechter de uitspraak ook aan [minderjarige] verteld.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft met een machtiging tot uithuisplaatsing op een geheime crisisplek in een accommodatie voor jeugdhulp.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 juli 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 oktober 2024. De kinderrechter heeft daarnaast bij beschikking van 25 juli 2024 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin tot 8 augustus 2024.
2.4.
Bij de mondelinge behandeling op 2 augustus 2024 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 25 oktober 2024.
2.5.
In de beschikking van 9 augustus 2024 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend voor [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 augustus 2024, voor de duur van vier weken, te weten tot 6 september 2024. De beslissing op het resterende deel van het verzoek van de GI, een machtiging voor [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de overige duur van de (voorlopige) ondertoezichtstelling, heeft de kinderrechter aangehouden.

3.De standpunten

3.1.
[minderjarige] wil graag zo snel mogelijk naar een open setting.
3.2.
De moeder is het eens met de machtiging gesloten jeugdhulp.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] met ingang van 6 september 2024 voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, tot 25 oktober 2024. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij zo beslist.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen zorgen er voor dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over de veiligheid van [minderjarige] . Deze zorgen staan uitgebreid beschreven in de beschikking van 9 augustus 2024 en zijn nog steeds aanwezig. Er zijn grote zorgen over fysiek geweld, onderdrukking en bedreiging. Er is sprake van dreiging vanuit de (al dan niet ex-)vriend van [minderjarige] . [minderjarige] heeft verteld dat de relatie met haar vriend is beëindigd, maar deze signalen heeft de GI niet terug gekregen vanuit de politie en het buurtteam. [minderjarige] is kort voordat de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp is verleend nog door de politie opgehaald bij deze vriend en teruggebracht naar de groep en op de zondag daarvoor was er ook nog een fors geweldsincident op straat tussen [minderjarige] en de vriend. De politie maakt zich ernstige zorgen over de invloed van deze vriend en heeft de GI geadviseerd om geen contact op te nemen met deze vriend. Verder zijn er ook zorgen over de situatie bij de familie van [minderjarige] . [minderjarige] geeft aan zich thuis onveilig te voelen en er zijn zorgen over huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en uithuwelijking. De familie ontkent dat hier sprake van is. De moeder heeft op de zitting verteld dat zij wel graag wil dat [minderjarige] naar Bulgarije gaat, naar haar oma, omdat zij daar veiliger is.
4.4.
De kinderrechter vindt dat de veiligheid van [minderjarige] op dit moment niet voldoende gewaarborgd kan worden in een open setting. De Raad staat ook achter de gesloten plaatsing. In de afgelopen periode is gebleken dat [minderjarige] zich meerdere keren heeft onttrokken aan de open groep en dat zij op die momenten onverstandige en onveilige keuzes maakte. Ondanks dat hierover heldere afspraken met de groep waren gemaakt, koos [minderjarige] er meerdere keren voor om terug te gaan naar haar (ex-)vriend. Dit terwijl hij haar pijn deed en er sprake was van fors geweld. De kinderrechter heeft [minderjarige] goed gehoord toen zij vertelde dat zij nu andere keuzes zal maken. Maar gelet op de kansen die [minderjarige] al gekregen heeft en hoe zij daar mee om gegaan is, heeft de kinderrechter er nu nog geen vertrouwen in dat [minderjarige] deze belofte na kan komen. Zij zit nu tien dagen in de gesloten setting. De kinderrechter gelooft dat zij door deze plaatsing is gaan nadenken, maar vindt de periode nog te kort om aan te nemen dat [minderjarige] nu al volledig gemotiveerd is om andere keuzes te willen en te kunnen maken en behandeling te volgen. Het is belangrijk dat [minderjarige] de ruimte krijgt om zich te richten op de ontwikkeltaken die horen bij een meisje van haar leeftijd. De GI heeft toegelicht dat het daarvoor belangrijk is dat [minderjarige] los komt vanuit de dreiging en onderdrukking van haar familie en (ex-)vriend.
4.5.
De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van de voorlopige ondertoezichtstelling. De GI heeft toegelicht dat er een intake is geweest bij FIER voor [minderjarige] . Daarvoor staat ze op dit moment op de wachtlijst. Als het mogelijk en veilig is om [minderjarige] vóór 25 oktober 2024 al in een open setting te plaatsen met passende behandelmogelijkheden voor haar, vindt de kinderrechter het belangrijk dat [minderjarige] daar zo snel mogelijk geplaatst wordt.
4.6.
Op dit moment doet de Raad onderzoek naar de vraag of een definitieve ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter vindt het belangrijk dat er een goede afstemming is tussen de Raad en de jeugdbeschermer over de uitkomsten van het rapport. Deze uitkomsten kunnen mogelijk helpen bij het vinden van een geschikte open groep met goede behandelmogelijkheden voor [minderjarige] .

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 september 2024 tot 25 oktober 2024.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.
SC

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet.