Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ter onderbouwing van zijn standpunt overlegt eiser een proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de politierechter van 27 mei 2024. Eiser is daarin vrijgesproken van het feit dat hij ‘als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een snorfiets te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de WVW en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen’ [2] .
Conclusie en gevolgen