ECLI:NL:RVS:2024:722
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping onderzoek naar drugsgebruik bestuurder na vrijspraak weigering bloedonderzoek
Op 12 januari 2022 werd appellant staande gehouden vanwege opvallend rijgedrag. Hij weigerde mee te werken aan een speekseltest en een bloedonderzoek. De officier van justitie meldde dit aan het CBR, dat op 25 januari 2022 een onderzoek naar drugsgebruik oplegde. Dit besluit werd door de rechtbank Den Haag op 8 mei 2023 bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het CBR onterecht het onderzoek oplegde, omdat hij in de strafrechtelijke procedure op 19 juni 2023 door de politierechter vrijgesproken was van het weigeren van het bloedonderzoek. De Raad van State oordeelde dat de vrijspraak de grondslag voor het vermoeden van ongeschiktheid wegneemt, omdat de strafrechter een andere bewijsmaatstaf hanteert en de bestuursrechter niet gebonden is aan het strafrechtelijke oordeel, tenzij dat vonnis de feiten anders belicht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het CBR en herroept het onderzoek naar drugsgebruik. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het onderzoek naar drugsgebruik wordt herroepen en het besluit van het CBR vernietigd.