Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 24 april 2024, aan te merken als conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Midden-Nederland
Gedaagde heeft een lidmaatschapsovereenkomst gesloten met Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Omdat gedaagde lid was, betaalde KHN namens hem de auteursrechten aan muziekinstanties voor achtergrondmuziek in het café. Deze kosten werden vervolgens doorberekend aan gedaagde, die de factuur niet betaalde.
Gedaagde voerde aan dat de lidmaatschapsovereenkomst was opgezegd en dat hij niet wist dat KHN de muziekrechten betaalde. Deze verweren werden onvoldoende onderbouwd; gedaagde kon geen bewijs van opzegging leveren en er is geen aanwijzing dat muziekrechten elders waren voldaan.
De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van in totaal € 387,99 plus rente vanaf 27 maart 2024 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 387,99 plus wettelijke handelsrente en proceskosten aan KHN.