Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:5386

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 september 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
10815336
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 BWArt. 1:441 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing restant eigen bijdrage en matiging incassokosten in zaak CAK tegen bewindvoerder

In deze civiele procedure vordert het CAK betaling van een restantbedrag aan eigen bijdrage van de onder bewind gestelde cliënt, waarvoor de bewindvoerder is opgetreden. De oorspronkelijke vordering is verminderd na een gedeeltelijke vrijstelling en correctie van de eigen bijdrage.

De bewindvoerder erkent de verschuldigdheid van het restantbedrag, maar stelt dat CAK eerder had moeten reageren op verzoeken, waardoor de procedurekosten voorkomen hadden kunnen worden. De rechtbank overweegt dat de bewindvoerder de formele procespartij is sinds de onderbewindstelling en dat CAK terecht de procedure heeft voortgezet tegen de rechthebbende.

De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de restant hoofdsom toe, matigt de buitengerechtelijke incassokosten tot €40,00 gelet op de hoogte van de vordering en veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten. De wettelijke rente wordt toegewezen conform artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervaldatums van de facturen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de restant eigen bijdrage toe, matigt de incassokosten en veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10815336 \ UC EXPL 23-8114
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
HET PUBLIEKRECHTELIJK ZELFSTANDIG BESTUURSORGAAN MET EIGEN RECHTSPERSOONLIJKHEID CAK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: CAK,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V., ALS BEWINDVOERDER VAN [onderbewindgestelde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
rechtsgeldig vertegenwoordigd door [A] .
De heer [onderbewindgestelde] wordt hierna aangeduid als ‘ [onderbewindgestelde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 december 2023;
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 13 december 2023;
- de akte overlegging producties van CAK van 21 februari 2024;
- de akte uitlaten tevens vermindering van eis van CAK van 27 maart 2024;
- de antwoordakte van [gedaagde] van 12 juni 2024;
- de akte uitlaten van CAK van 17 juli 2024;
- antwoordakte van [gedaagde] van 14 augustus 2024.
1.2.
Beide partijen hebben verzocht om af te zien van een mondelinge behandeling en schriftelijk voort te procederen. Bepaald is dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

Wat is er gebeurd?
2.1.
[onderbewindgestelde] verblijft op vrijwillige basis in een zorginstelling. Hiervoor moet hij een eigen bijdrage betalen en CAK is belast met de vaststelling en inning hiervan. Bij dagvaarding vorderde CAK een bedrag van € 739,53, vermeerderd met rente en kosten, van [onderbewindgestelde] . Dit bedrag was gebaseerd op twee onbetaalde facturen: één van april 2023 (€ 564,10) en één van mei 2023 (€ 175,43).
2.2.
Tijdens de procedure heeft [onderbewindgestelde] een correctie/vrijstelling van de eigen bijdrage aangevraagd bij CAK. Daarnaast heeft hij aangegeven samen met zijn begeleiders bezig te zijn om overzicht te krijgen van zijn financiële situatie en open te staan voor hulp. CAK heeft op 23 januari 2024 een beslissing genomen waarin het verzoek om vrijstelling van [onderbewindgestelde] gedeeltelijk is toegewezen en een correctiefactuur opgesteld van € 543,43. Dit bedrag is verrekend met de openstaande factuur van april 2023. CAK heeft daarom haar eis verminderd tot het restantbedrag van die factuur (€ 20,67) en betaling van het bedrag van € 175,43 van de factuur van mei 2023, vermeerderd met rente en kosten. In totaal komt de hoofdsom nu neer op een bedrag van € 196,10.
2.3.
[gedaagde] heeft in haar e-mail van 6 juni 2024 aangegeven de gevorderde restant hoofdsom niet te bestrijden. Zij voert aan dat (de gemachtigde van) CAK wel eerder had moeten reageren op haar verzoeken. Daarmee had volgens [gedaagde] voortzetting van de procedure (en de daarbij horende kosten) voorkomen kunnen worden.
De beoordeling van de kantonrechter
De onderbewindstelling van [onderbewindgestelde]
2.4.
Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toe aan [onderbewindgestelde] , maar aan de bewindvoerder (art. 1:438 lid 1 en Pro lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, hierna ‘BW’). De bewindvoerder vertegenwoordigt bovendien de rechthebbende (in dit geval: [onderbewindgestelde] ) tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW Pro).
2.5.
[onderbewindgestelde] is ná het uitbrengen van de dagvaarding onder bewind gesteld. Uit het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) volgt dat als een wederpartij die niet met het bewind bekend was of had behoren te zijn, een geding tegen de rechthebbende zelf aanhangig heeft gemaakt, de bewindvoerder in rechte kan verschijnen om dit als formele procespartij over te nemen. Dat is hier gebeurd. Anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd, volgt hieruit ook dat CAK niet onnodig een procedure is gestart tegen [onderbewindgestelde] om haar vordering betaald te krijgen en daarmee ook niet onnodig (proces)kosten heeft gemaakt.
De restant hoofdsom wordt toegewezen
2.6.
Omdat [gedaagde] de verschuldigdheid van de restant hoofdsom heeft erkend zal deze vordering worden toegewezen.
De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd
2.7.
CAK vordert ook een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. CAK heeft onderbouwd dat zij kosten heeft gemaakt, maar de kantonrechter acht het gevorderde bedrag niet (meer) redelijk gelet op de hoogte van de restant hoofdsom. De kantonrechter zal in plaats van het gevorderde bedrag € 40,00 toewijzen.
De wettelijke rente wordt toegewezen als in de beslissing
2.8.
Na haar eisvermindering klopt het door CAK bij dagvaarding gevorderde bedrag aan wettelijke rente niet meer. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen zoals in de beslissing is bepaald.
Conclusie
2.9.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom € 196,10
- buitengerechtelijke incassokosten
€ 40,00
Totaal € 236,10
[gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten
2.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CAK worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
131,74
- griffierecht
322,00
- salaris gemachtigde
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
576,74

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan CAK te betalen een bedrag van € 236,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 196,10, vanaf de vervaldata van de respectieve facturen, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 576,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2024.